Je bent hier:
Oogcontact
voorzichtig!
In trainingen over hoe je invloed uitoefent, een goede indruk maakt of anderszins smeerolie aan het sociale verkeer toevoegt, komt steevast het onderwerp oogcontact ter sprake. Je moet anderen aankijken! – maar dan toch niet op een manier dat ze bang van je worden, en ook niet als ze het met je oneens zijn, en al helemaal niet als je het doet omdat je het op cursus hebt geleerd.
In feite is oogcontact vooral een goed teken als mensen elkaar al aardig kennen. In veel andere situaties is het juist een slecht teken. Vandaar de uitspraak: "Als twee mensen elkaar langer dan een paar seconden in de ogen kijken, gaan ze óf vrijen óf vechten". Iemand onafgebroken aankijken kan namelijk dominant of intimiderend zijn. Probeer het maar eens in een café; je kunt iemand bijna letterlijk de tent uit kijken door het ongemakkelijke gevoel dat je ermee veroorzaakt. Normaal gesproken kijken we in een gesprek niet voortdurend de ander aan. Vooral wanneer je zelf aan het woord bent, ben je vaak bezig je gedachten te verzamelen en dwaalt je blik. Mensen die je tijdens het spreken blijven aankijken worden vaak als dwingend ervaren.
Net als lichaamshouding (naar elkaar toe- of afgewend), aanraken en de afstand die je tot iemand inneemt, draagt oogcontact bij aan hoe ‘nabij’ je je voelt. Dichtbij iemand zitten en lang oogcontact maken doen alleen verliefden, en er is zelfs onderzoek waaruit blijkt dat je er een beetje verliefd van kan wórden (wat niet betekent dat je op die manier moet flirten; beter is steelse blikken toewerpen, dan weer afdwalen of verlegen je ogen neerslaan).

We hebben een bepaalde psychologische ruimte om ons heen nodig. Daarom gaan we in de lift allemaal naar de deur of naar de knopjes kijken: je staat dan zo dicht bij elkaar dat je je lichaam van elkaar moet afwenden (schouder aan schouder) en oogcontact vermijden. Op die manier bewaken we het zogenoemde intimiteits-equilibrium: kom je op de ene manier te dichtbij, dan compenseer je dat op de andere manier. Probeer maar eens wat er gebeurt als je dat niet doet: stap in de lift, ga met je rug naar de deur staan en lach de mensen vriendelijk toe. En observeer...
Oogcontact reguleert op subtiele wijze veel van onze interacties. Heel bepalend is naar wie je kijkt in een vergadering als je bent uitgesproken, want de kans is groot dat diegene daarna het woord neemt. Dit verklaart mede waarom mannen bij vergaderingen meer aan het woord zijn dan vrouwen: zowel vrouwen als mannen zijn geneigd om tijdens het spreken een man aan te kijken, waarmee ze kans vergroten dat de volgende spreker een man is.
Een andere natuurlijke neiging is je vooral te richten tot mensen die het met je oneens zijn. Hiermee vergroot je de kans dat zij na jou weer het woord nemen, waardoor de indruk ontstaat dat je veel tegenstand ondervindt. Beter richt je je tot mensen die niets zeggen en kijk je die aan aan het eind van je zin, waarmee je bevordert dat zij daarna het woord nemen. Ook als je solliciteert of een presentatie geeft, is het goed je er bewust van te zijn wie je aankijkt. Je bent geneigd alleen naar degene te kijken die een vraag stelt of die reageert. Daarmee verlies je de anderen. Soms is dat trouwens niet erg: als één persoon de baas is en de rest kennelijk is opgetrommeld voor het democratisch gehalte (een vrouw, een junior etc.) Je natuurlijke neiging om de baas aan te kijken is dan alleen maar goed, want de anderen hebben toch niks te vertellen.
Het vervelende van nadenken over oogcontact is dat het ongemakkelijk wordt als het bewust wordt. Alle cursusadviezen ten spijt kun je daarom beter je gevoel volgen. Alleen bij vergaderingen (met tegenstanders) en presentaties (met vragenstellers) is het zinvol af en toe bewust of zelfs strategisch te overwegen wie je zou moeten aankijken. Voor de rest kom je waarschijnlijk het meest aangepast over als je er niet bij nadenkt.